Laanbomen

Laanbomen zijn bomen die men meestal ziet langs lanen, wegen of straten. Door laanbomen tijdens de groei aan een stok vast te binden wordt een mooie rechte stam verkregen. Voorbeelden van laanbomen zijn de eik, de beuk, de iep, de berk en de plataan. Om bij een laanboom de karakteristieke vorm te krijgen met een takvrije stam, is het nodig in de eerste 10 tot 15 jaar regelmatig takken weg te snoeien.

Verzorging:

Het is belangrijk dat met name jonge bomen begeleid worden in hun groei. Vakkundig snoeien is daarbij een voorwaarde. De beste periode om te snoeien is de winter. Aan bemesting voldoet een éénmalige bemesting in april/mei met 12-10-18 (NPK) of gedroogde koemest.